Doch wel hebben wij het recht om U, Hollanders, de vraag te stellen: indien dan slavernij de grondslag eener cultuur is,welke tempels hebt gij dan in Suriname gebouwd, welke gedichten geschreven, welke verheven gedachten aan het nageslacht overgeleverd? Is het niet waar, dat gij verlegen staan zoudt, indien gij ook slechts één standbeeld in Suriname op moest richten voor Hollanders, die door daden van den geest beroemd zijn geworden?
Gij zoudt slechts de beeltenis van een aantal krijgslieden in brons kunnen gieten, die er in geslaagd zijn de dorpen der Marrons, (de opstandelingen), met hun modernere wapens te vernielen, - een Vaillant, een Mayland, Creutz en Nepveu. Maar zelfs dan zoudt ge moeten erkennen, dat uw bekwaamste gouverneurs en de krijgslieden die u verdedigd hebben, telkens opnieuw uit Europa geïmporteerd moesten worden, omdat de bezittende klasse in Suriname door weelde en overdaad te snel degenereerde, dan dat zij zelf bekwame krachten voort kon brengen.
— Wij slaven van Suriname by Anton de Kom (20%)
